Baby, Dreumes, Peuter

De motorische mijlpalen van je baby

Je kindje bereikt de eerste twee jaar van zijn leven al vele mijlpalen als het gaat om zijn motorische ontwikkeling. Je vinger vastpakken, op de buik rollen, kruipen, lopen: voor alles is er een eerste keer. Maar voordat kinderen kunnen lopen, maken ze veel verschillende fasen door die nodig zijn om een vervolgstap te maken.

Van zuigreflex tot kruipen

Onder de motorische ontwikkeling van je kind verstaan we reflexen, automatische bewegingen en bewuste bewegingspatronen. Een reflex is een specifieke prikkel waardoor je baby automatisch reageert. Denk aan het zuigreflex of het grijpreflex. Automatische bewegingen leer je aan. Je kind moet hier moeite voor doen, herhalen en veelvuldig oefenen zodat het een automatische beweging wordt. Zo moeten kinderen eerst kunnen kruipen en recht op gaan zitten voordat ze kunnen lopen. Onder doelbewuste bewegingen denken we aan het pakken van een speeltje of het open- en dichtdoen van een deurtje. Dit gaat zo het hele leven van je kindje door. Zo Hij blijft altijd nieuwe dingen leren. Denk hierbij aan fietsen, zwemmen en voetballen.

Start in de baarmoeder

Terwijl je kleine meid of jongen nog niet geboren is, help jij hem of haar al met de ontwikkeling van zijn motoriek. Doordat jij beweegt, beweegt je baby in je baarmoeder ook. En wanneer je sport, wakker je de motorische ontwikkeling van je kindje weer iets meer aan. Daarnaast krijgt het evenwichtsorgaan van je baby impulsen waardoor dit zich beter ontwikkelt. Onthoud wel dat sporten tijdens je zwangerschap goed is, maar dat je je lichaam nooit tot het uiterste drijft. Je kindje heeft ook nog energie van jou nodig om te kunnen groeien en om zich te kunnen ontwikkelen.

De motorische ontwikkeling

In onderstaand schema zie je wanneer kinderen (het ontwikkeltempo kan per kind verschillen) in welke fase belanden als het gaat om hun motorische ontwikkeling.

  • Oefent vanaf 2-3 maanden Draait van rug naar zij
  • Oefent vanaf 3-4 maanden Draait op buik
  • Oefent vanaf 3-4 maanden Draait op buik en terug
  • Oefent vanaf 6 maanden Rolt
  • Oefent vanaf 7-8 maanden Tijgert op buik
  • Oefent vanaf 8-9 maanden Komt in halve zit positie
  • Oefent vanaf 9-10 maanden Gaat zitten
  • Oefent vanaf 10-11 maanden Speelt zittend
  • Oefent vanaf 12-13 maanden Gaat op stoeltje zitten
  • Oefent vanaf 8-9 maanden Kruipt op handen en knieën
  • Oefent vanaf 9-10 maanden Knielt
  • Oefent vanaf 9-10 maanden Staat op, zich vasthoudend
  • Oefent vanaf 10-11 maanden Doet paar stappen, zich vasthoudend
  • Oefent vanaf 12-13 maanden Staat los
  • Oefent vanaf 12-13 maanden Doet eerste losse stappen
  • Oefent vanaf 13-14 maanden Loopt zeker los
  • Oefent vanaf 15-18 maanden Beklimt trap met na-stap
  • Oefent vanaf 24-27 maanden Beklimt trap trapsgewijs

Oefeningen die helpen

Bij Partou hebben we een speciaal bewegingsprogramma waarmee we baby’s helpen met hun motorische ontwikkeling. Zie hier een aantal voorbeelden die je ook thuis met je kindje kunt doen. Je kunt de pedagogisch medewerkers op de kinderopvang natuurlijk altijd om tips vragen voor thuis.

  • Geef je baby in iedere hand een van je wijsvingers. Wanneer hij ze goed vast heeft, trek je hem een beetje omhoog. Houd zijn handruggen goed vast, zodat hij niet achterover valt. Langzaam aan zie je hem zijn hoofdje optillen en gaat hij zichzelf proberen op te trekken. Goed voor de nekspieren.
  • Bijna ieder huishouden heeft wel een plumeau in huis. Leg je kindje op zijn rug en laat hem de plumeau (een veer kan ook) volgen zodat hij probeert op zijn zij te rollen. Oefen dit een paar keer en voor je het weet draait hij op zijn buik.
  • Als je baby onderweg naar een speeltje begint te tijgeren, kan je hem helpen door je handen tegen zijn voetzolen te duwen. Zo komt hij makkelijker vooruit. Hij zal dan ook zijn billen omhoog brengen en na een tijdje en wat oefenen, komt hij op handen en knieën te staan en is hij klaar om te gaan kruipen.
Baby, Dreumes, Peuter, Kleuter, Schoolkind, Tiener

Muziek, je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen

Alle eendjes zwemmen in het water. Falderalderiere, falderalderare. Alle eendjes zwemmen in het water. En dan zing je dit wel tien keer per dag, omdat je baby er geen genoeg van krijgt. Vooral niet stoppen! Naast dat kinderen plezier beleven aan muziek, is het ook nog eens goed voor hun ontwikkeling.

Lees meer

Baby, Dreumes, Peuter, Kleuter, Schoolkind, Tiener

Geef jongens de ruimte

Jongens spelen en ontdekken over het algemeen op een andere manier dan meisjes. Ze uiten zich vooral fysiek; duwen, trekken, stoeien, etc. Ze laten elkaar voelen wie ze zijn en waar hun grenzen liggen. Ook tonen ze emoties vaak in gedrag. Ze worden bijvoorbeeld druk en luidruchtig. Maar om zich goed te kunnen ontwikkelen, hebben jongens het nodig om te stoeien, te rennen en bezig te zijn.

Ontwikkeling hersenen
Jongens ontwikkelen zich meestal wat onregelmatiger dan meisjes. Ze zijn in de regel impulsiever, hebben een kortere spanningsboog en hun taalontwikkeling verloopt een beetje trager. Jongens willen meer dóen en zelf meemaken, letterlijk en figuurlijk. Zo heeft het mannelijke brein een iets andere structuur dan het vrouwelijke. De mannelijk hersenen zijn ook pas volledig ontwikkeld op 25-jarige leeftijd, het vrouwelijke brein is dat twee jaar eerder op 23-jarige leeftijd. De rijping van de hersenen vindt bij jongens wat later plaats dan bij meisjes, maar verloopt wel preciezer. Zo kunnen vrouwen bijvoorbeeld ‘multitasken’, maar zijn dan minder precies in hun handelen en mannen kunnen  weer één ding veel preciezer uitvoeren dan vrouwen.

Hormonen rollercoaster
Jongens hebben meer testosteron dan meisjes en dat maakt ze impulsiever, beweeglijker en energieker dan meisjes. Het zorgt ook voor dadendrang. Al in de baarmoeder hebben jongensbaby’s veel meer testosteron in hun lichaam. Daar is het hormoon onder meer verantwoordelijk voor de aanleg van de geslachtsdelen. Bij de geboorte gaat het testosteronniveau weer omlaag. Rond de twee jaar neemt de hoeveelheid testosteron aanzienlijk toe: veel jongetjes gaan dan hun grenzen uitproberen. Tussen vijf en elf jaar blijft de hoeveelheid testosteron ongeveer gelijk, maar voordat de puberteit inzet, schiet het testosteronniveau ineens ­omhoog. Daar zorgt het voor seksuele ontwikkeling, lichamelijke kracht en de neiging om stoere dingen te doen.

Leren door te doen
Jongens leren – meer dan meisjes – vooral door te doen en ervaren. Uitproberen en kijken wat er lukt of niet. Dat kan soms door hun omgeving als lastig worden ervaren en brengt enig risico met zich mee. Het is belangrijk ze daar ruimte in te geven. Als de veiligheid in het gedrang komt, kun je bijvoorbeeld reageren met: ‘Ik zie dat je graag wilt voetballen. Laten we dit niet in huis doen, maar in de tuin of op straat, daar is meer ruimte’.  Verbied het ze niet, maar zoek een andere oplossing. Jongens hebben ruimte nodig om te experimenteren. Zo kunnen ze zelf ontdekken waar hun grenzen liggen, waar het goed gaat en waar het niet goed gaat.

Tips om nog beter om te gaan met jongens

  • Laat jongens hun grove motoriek (rennen, zwaaien, kruipen, etc.) gebruiken. Jongens vinden het heerlijk om buiten te spelen, hutten te bouwen en te ravotten. Grofmotorische activiteiten met anderen zijn ook belangrijk. Denk bijvoorbeeld aan een klim- en klauterparcours uitzetten of stoeien met papa of mama. Ook tijdens het knutselen zijn jongens langer geboeid en geconcentreerd als ze ‘groot’ mogen werken. Een A4-tje om op te tekenen, is soms te klein. Vanaf ongeveer vijf jaar worden fijnmotorische activiteiten (tekenen, knippen, veters strikken, etc.) interessanter.
  • Gebruik korte boodschappen. Jongens hebben over het algemeen meer moeite om lange boodschappen met veel woorden te ontcijferen en om te zetten in gedrag dan meisjes. Te veel woorden kunnen stress opleveren, wat in sommige gevallen kan leiden tot afsluiting. Soms stoppen ze dan letterlijk hun vingers in de oren. Houd je boodschappen daarom kort. Dan snappen jongens beter wat de bedoeling is.
  • Geef jongens uitgebreid de gelegenheid om te bewegen. Jongens vinden praten over hun gevoelens vaak niet zo makkelijk. Hierbij moeten hun linker en hun rechter hersenhelft namelijk samenwerken. Om jongens te helpen praten, is beweging heel belangrijk. Zo wordt de samenwerking tussen de twee hersenhelften geactiveerd. Daarna kunnen ze makkelijker over hun gevoelens praten.
  • Door jongens uit te dagen, te stimuleren en te laten ervaren kun je ze helpen hun hersenen te ontwikkelen. De ontwikkeling van de hersenen hangt vooral af van de ervaringen die een jongen opdoet. Er ontstaan verbindingen in zijn hersenen als hij dingen meemaakt. Zorg dat je met activiteiten goed aansluit op zijn niveau. Een te moeilijke opdracht kan hem juist onzeker maken. Dit uit zich weer op een negatieve manier in het gedrag en het vragen om aandacht.
  • Wissel de momenten van een druk spel doen af met rustige momenten, zoals een boekje lezen of een puzzel doen. Zo kunnen ze hun ervaringen verwerken.
  • Jongens kunnen zich goed op één ding tegelijk concentreren. Ze vinden het vaak fijn om langdurig met één soort speelgoed te spelen, zoals met auto’s of blokken. Door steeds hetzelfde te doen, te herhalen, slaan ze ervaringen beter op.

 

 

 

Baby, Dreumes, Peuter

De taalontwikkeling van je kind

ÿØΣΏ δρЌЊф хẅ ỶρЌЊфÿ ØΣΏхẅỶ ÿØΣ ΏδρЌΣ Ώ

Hoe je ook je best doet, je komt er nooit achter wat hierboven geschreven staat. Het is namelijk geen bestaande taal. Stel je nu eens voor dat je tekens niet kan lezen, de taal die mensen spreken niet verstaat of geluiden hoort die vreemd klinken. Hoe voelt dat? Onzeker? Onveilig? Kinderen die de taal nog niet goed beheersen, voelen zich net zo. Hoe ontwikkelen kinderen zich op het gebied van taal en hoe kun je ze helpen? 

Lees meer